vakantiehuisjes

Posted on dinsdag. 3 juli 2012

7


Voor ik me hals-over-kop in een relatie met Baardmans stortte, was ik twee keer in een vakantiehuisje geweest. Daarmee bedoel ik zo’n Sporthuiscentrum-ding. Mijn ouders hadden wel eens een huis-met-zwembad gehuurd in Tsjechië gehuurd en eens een villa in het voormalige Oost-Duitsland, maar dat is toch niet helemaal hetzelfde als een dertien-in-een-dozijn-met-een-open-haard-en-ligbad-huisje. De eerste keer was ik acht of negen, de tweede keer was ik negentien. Die eerste keer kan ik me nauwelijks herinneren, dus het zal wel leuk geweest zijn. De tweede keer kan ik me ook nauwelijks herinneren, dus het kan niet zo heel erg tof geweest zijn.

Maar toen ging ik dus een dag en nacht naar het vakantiehuisje in diep donker Noord-Brabant, alwaar de ouders en broertjes van Baardmans een week op vakantie waren. Het was nogal een nieuwe ervaring. Van mijn gewoonlijke anderhalf-persoons tent, hostel dorm of universiteitskot (jawel, zo luxe ging ik ook nog in die tijd!), naar een huis delen met een heleboel mensen. Waarvan er eentje naakt naar beneden kwam terwijl ik aan een welverdiend kopje thee zat, ’s morgens rond half elf.

Sommige dingen kun je niet ont-zien.

Maar sindsdien heb ik nogal een aantal van dit soort huisjes gezien aan de binnenkant.

Ze zijn kaal, armoedig, soms verpauperd. Het meubilair zou je zelf nooit of te nimmer uitkiezen. Maar. Je hebt meestal wel een bad. Een BAD. Zo’n ding waar je zeventig liter water ingiet, een Lush-bruisbal in mikt en dan anderhalf uur in gaat liggen verschrompelen. Alleen dat is het dus al waard. Daarnaast staan die huisjes in een soort van bos, dus je waant je in de natuur. Vaak is er een kinderboerderij in zo’n park en die vind ik dus gewoon compleet de shit: dwergbokjesbaby’s: KOM MAAR DOOR! Verder is er vaak een open haard. Waar je alleen maar haardblokken uit het peperdure winkeltje mag doen.

Dus die koop ik gewoon bij een lokale supermarkt.

Niks zo lekker als een beetje burgerlijk tegen het burgerlijke schoppen…

Je gaat op vrijdagmiddag heen, je hebt een tas mee met wat schoon goed – vooral voor je kind, hoewel voor hem juist altijd makkelijk wel wat te kopen is in geval van nood – een tas met boodschappen (theezakjes, suikerklontjes, koekjes) en je komt thuis met vuile was en verder niks bijzonders. Wat dat betreft is het vrij economisch pakken.

Mis ik nou m’n kleine tentje? Die dorm room? Zo’n privékamertje in een campusgebouw van een Zuid-Engelse universiteit? Nou… die laatste wel. Maar mijn tentje niet zo erg en een kamer delen met dertien anderen die ik niet ken? Nou, dat doe ik niet meer. Ga ik de rest van mijn leven alleen nog maar in vakantiehuisjes zitten?

Nee zeg! Ben je mal!

Maar het heeft zo z’n voordelen, zeker als je zo’n klein ding meehebt. Want die bind je niet thuis aan de tafelpoot. Over twee weken gaan we in de caravan van mijn ouders zitten – iets waar ik me zo’n tien jaar met hand en tand tegen heb verzet, tot ik tot de conclusie kwam dat vakantie niks te maken heeft met waar je bent en op welke manier.

Maar alles met: zolang het maar niet in je eigen huis is.

In september naar Londen, via AirBNB: een privékamer in een huis in Victoria. En volgend jaar met de auto naar Engeland waar ik nog een slaapplaats voor moet gaan bedenken. De kans bestaat dat het een huisje wordt. Nou ja.

Het kan erger.

*slaat als een malle glitterbruisballen in om housekeeping te rellen*

Advertenties